Korenmolen Wilhelmina

Korenmolen Wilhelmina

Noorderhoogebrug

Het verhaal

Totdat molen Edens in Winschoten drie meter werd verhoogd was de korenmolen Wilhelmina in Noorderhoogebrug, onder de rook van de stad Groningen, de enige stellingmolen in de provincie Groningen met een hoogte van 13 meter en daarmee de hoogste molen in de provincie. Nu dus een gedeelde eerste plek, dat maakt de molen echter niet minder bijzonder. Al sinds 1711 is er in Noorderhoogebrug een stellingmolen te vinden. Deze eerste molen brandde af in 1842 en werd vervangen door een iets oostelijker geplaatste hogere achtkante stellingmolen die wederom als koren- en pelmolen werd ingericht. De molen, die De Hoogebrug werd genoemd, kwam in 1902 in eigendom van Geert Nienhuis, telg uit de bekende molenaarsfamilie Nienhuis. Op 22 oktober 1906 ging het wederom mis met de molen, die tot de grond toe afbrandde. Nienhuis kocht hierop de koren- en pelmolen De Leeuw uit Hoogezand aan en liet deze door molenmaker J. Wiertsema herbouwen op een zeer hoge en forse achtkante stenen onderbouw. De molen was aanvankelijk in Noorderhoogebrug ook als koren- en pelmolen ingericht, het pelwerk is echter al zeer lange tijd geleden verdwenen. De naam De Leeuw verhuisde mee naar Noorderhoogebrug

In 1935 werd de molen voorzien van een nieuw wiekenkruis, uitgerust met zelfzwichting en het Van Busselsysteem. In 1947 voltrok zich een klein drama toen in een storm de askop met het hele wiekenkruis naar beneden kwam. Lange tijd stond de molen daarna zonder wiekenkruis. Molenaar Van Wijngaarden, die al in 1948 de molen had aangekocht, kon uiteindelijk in 1963 zijn molen restaureren. Bij die gelegenheid kreeg de molen ook de naam die de molen nu heeft, Wilhelmina. Niet naar de voormalige koningin, maar naar de echtgenote van molenaar Van Wijngaarden. In 1972, bij de beruchte novemberstorm van dat jaar, ondervond de molen weer stormschade waarna het voor Van Wijngaarden steeds moeilijker werd de molen te onderhouden. De gemeente Groningen kocht in 1977 de molen aan en verkocht deze een jaar later door aan de Molenstichting Hunsingo en Omstreken. Met cofinanciering van de gemeente werd de molen vervolgens in 1980-’81 geheel gerestaureerd. De zelfzwichting werd hierbij gehandhaafd, maar de Van Busselstroomlijn verdween.

Na de restauratie werd de molen op vrijwillige basis zeer geregeld in bedrijf gesteld. Vanaf 1988 is Hendrik Jan Berghuis de verantwoordelijke molenaar, sinds zijn huwelijk hierbij geassisteerd door zijn vrouw Mieke. Stormschade bleek echter een terugkerend probleem: eind 1991 waaide één van de roeden vrijwel schoon bij een storm en na stormschade in 1992 moest ook de zelfzwichting van de andere roede worden verwijderd. In 1994 werd een geheel nieuw wiekenkruis aangebracht en sindsdien wordt er vrijwel iedere zaterdag op ambachtelijke wijze gemalen door de vrijwilligers. Vanaf 2008 is de molen in fases weer opgeknapt.

Johan van Dijk

---

Korenmolen ‘Wilhelmina’ (genoemd naar de echtgenote van de laatste professionele molenaar) is een hoge achtkante met dakleer gedekte stellingmolen op een stenen tussen- en onderstuk en een met dakleer gedekte kap. Een eerdere molen, die gebouwd was in 1843, is op 22 oktober 1906 afgebrand. Bij deze brand gingen naar schatting 60.000 kg lijnkoeken en 1000 hl gerst verloren. De eerste molen op deze locatie is gebouwd in 1711 voor Thomas Abrahams Langerhuis en Fedde Cornelis (verzegeling 1734 3.X.112). De huidige molen is gebouwd in 1907 voor Geert Hendriks Nienhuis door molenmaker J. Wiertsema en Zn. uit Hoogezand. Het achtkant is afkomstig van de in 1907 afgebroken koren- en pelmolen van Bosscher uit Sappemeer.
Eigenaars waren onder andere: Geert Hendriks Nienhuis van 1907-1925; Gebr. H., G. en J.J. Nieboer tot 1929; H. Nieboer (1937); Popke Nieboer tot 1947; sinds 1 januari 1948 W.B.J. van Wijngaarden, molenaar te Lichtenvoorde; sinds 14 juni 1977 de gemeente Groningen (aangekocht voor f.60.000); sinds 20 september 1978 Molenstichting Hunsingo e.o. en sinds 2015 Stichting De Groninger Poldermolens.
Standplaats: aan de oostzijde van een in 1934 gedempte bocht van het Boterdiep. Coördinaten: 233,83#584,69.

---

Molen Wilhelmina heeft twee geschiedenissen, de ene van de huidige plaats en de tweede van het bovenachtkant. Hier zal ik proberen de geschiedenis van het bovenachtkant en zijn voorganger voor zover bekend proberen weer te geven.
Het begint allemaal met een standerdmolen bij de Slochterstraat te Sappemeer, op kaarten wordt deze molen als eerste vermeld in 1686. Maar er is een stadsrekening uit 1650 waar de verkoop van de molen door de burgemeestersraad van Groningen uit 1636 wordt genoemd. De standerdmolen bestond dus al voor 1636. Deze molen is rond 1818 afgebroken. Onderdelen van deze molen zijn zeer waarschijnlijk terug te vinden in de opvolger en ook in de huidige Wilhelmina.
In 1818 wordt er voor Pieter Jans Mulder een hoge molen gebouwd, het betrof een bovenkruier met stelling. De molen had een stenen onderbouw en tussenstuk, de stelling lag op 12 meter, het bovenachtkant was gedekt met riet en de molen had een vlucht van 22 meter. De molen had de volgende functies: koren-, mout- en pelmolen, met 2 pelstenen, 1 roggesteen en een tarwesteen. Maar naar alle waarschijnlijkheid is de molen ook barkmalerij (eikenschors-maler) geweest.
Een bijzondere vermelding is er voor de koningsspil, dit is waarschijnlijk de standerd van de voormalige standermolen. De molen heeft op de windgemalen tot 1890, toen kwam er hulp van een stoommachine. In 1907 is de molen afgebroken en het bovenachtkant is herbouwd te Noorderhoogebrug.

Hendrik-Jan Berghuis

Uit het archief

Een overzicht van documenten en afbeeldingen uit onze database:

AfbeeldingenDocumenten
Dubbeltik om de kaart actief te maken

Molengegevens

Adres: Molenstreek 1, Noorderhoogebrug
Functie: korenmolen
Type: achtkante stellingmolen
Bouwjaar: 1907
Ten Bruggencatenummer: 00434
Korenmolen Wilhelmina