Het verhaal

In een aantal opzichten is de koren- en pelmolen Fortuna in Noordhorn een bijzondere molen. De molen werd in 1890 gebouwd, nadat de vorige molen afgebrand was. De molen werd herbouwd met gebruikmaking van een afgebroken molen uit Grijpskerk. De huidige Fortuna is ingericht als een koren- en pelmolen, in dat opzicht is de molen vrij doorsnee te noemen voor de Groninger molens. Toch zijn er in de geschiedenis van deze molen een aantal dingen gebeurd die de molen een uniek karakter geven:

In 1916 vond in de molen een geboorte plaats, op 13 mei van dat jaar zag Tiddo Klaas Muda, de latere molenaar van De Jonge Hendrik in Den Andel, hier het levenslicht. Vader Muda was in die tijd molenaar op de molen van Noordhorn, in 1932 vertrok de familie naar Den Andel, Tiddo Muda zou daar tot zijn overlijden in 1986 molenaar blijven.

In de provincie Groningen is het gebruikelijk dat de achtkante stellingmolens voorzien zijn van twee tegenover elkaar geplaatste (dubbele) deuren op de stellinghoogte om bij elke windrichting veilig naar buiten te kunnen lopen als de molen draait. Dit heeft uiteraard te maken met het kruien van de kap van de molen op de juiste windrichting. De Fortuna heeft echter drie aparte (dubbele) deuren naar de stelling, gebruikelijk op oostelijke en westelijke richting een paar, maar ook op het noorden! Voor zover bekend is dit de enige stellingmolen in de provincie waar dit het geval is. Het verhaal gaat dat in het verleden één van de molenaars deze extra deuren heeft laten plaatsen om zijn concurrent beter in de gaten te kunnen houden...

De molen heeft nu het fokwieksysteem en het Van Busselsysteem in combinatie met zeilen op beide roeden. Vroeger had de molen zelfzwichting. Op deze molen is echter heel vaak van wieksysteem gewisseld, bij alle historische restauraties is daaraan wel iets veranderd. Bij de laatste herstelbeurt, in 2009, is het bestaande systeem wel gehandhaafd.

Het meest opvallende aan deze molen is toch wel de vele naamswisselingen die de molen heeft ondergaan. Van oudsher hebben veel molens in de provincie Groningen geen echte naam, doorgaans werden de korenmolens naar hun eigenaar genoemd, zoals de Fortuna die voor 1951 als de ‘molen van Bakker’ bekend stond. Poldermolens werden doorgaans naar hun polder vernoemd. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het meer en meer een mode in de provincie om de molens van een echte naam te voorzien. In 1951 kreeg de molen de naam De Specht, bedacht door molenmaker Bremer die hier de eerste gelaste stalen roede van het bedrijf stak. Molenaar Bakker had liever gezien dat zijn molen De Fortuin genoemd werd. In 1961 zou de molen ook zo gaan heten, de schilder maakte echter de vergissing door Fortuna in plaats van Fortuin op het naambord te schilderen... In de jaren ’90 hebben de vrijwillige molenaars de molen alsnog hernoemd naar De Fortuin, dit ter ere van de oude molenaar Bakker die toen nog leefde. Ruim tien jaar later echter keerde de naam Fortuna weer terug! Naar verluid omdat dit beter aansluit bij de handelsvereniging in het dorp die naar de molen werd vernoemd in de tijd dat die Fortuna heette. De toekomst zal uitwijzen hoe lang de molen deze naam behoudt!

Johan van Dijk (2014)

---

Koren- en pelmolen Fortuna, in het verleden ook wel ‘Het Fortuin’ of ‘De Specht’ genoemd, is een achtkante met horizontale planken gedekte stellingmolen op een stenen tussen- en onderstuk en met een geasfalteerde houten kap. Beide roeden zijn voorzien van zelfzwichting met stroomlijnneuzen. De vlucht bedraagt 21 m. De molen is (in 1981) uitgerust met twee koppels maalstenen en twee pelstenen.

De molen is gebouwd in 1890 door molenmaker M. Noordewier van Niezijl in opdracht van K. Homan. Hij verving een op 25 juni 1890 afgebrande molen, die daar kort voor 1800 gebouwd was. De te dunne as was oorspronkelijk bestemd voor de afgebrande molen. Op de vang staat: 22.5.1815 (van de oude molen van vóór 1801). Het achtkant en andere onderdelen zijn afkomstig van de molen van Elings te Grijpskerk. In 1931 werd bij het malen tijdens een storm een gedeelte van de zelfzwichting afgeslagen. Sinds 1934 heeft de molen één zeilroede. Sinds september 1934 is hij verdekkerd aan één roede (de 17e in de provincie). In april is 1936 één roede gebroken. Sinds 1937 weer met twee roeden.

Eigenaars zijn geweest: Klaas Homan; J. Nuda afkomstig van Loppersum; K. Bakker afkomstig van Leens; sinds juli 1945 de gebroeders E.en R. Bakker; sinds 1964 R. Bakker; sinds 1971 de gemeente Zuidhorn. In 1951 is de molen hersteld door molenmaker Chr. Bremer uit Adorp voor f.11.714, de feestelijke ingebruikname vond plaats op 12 december 1952. In 1962 opnieuw hersteld door molenmaker Bremer, volgens bestek en ontwerp van H. Streuper, kosten f.10.598. In 1971 is de molen aangekocht door de gemeente Zuidhorn voor f.17.000 inclusief erf en woning. In de molen staat als aandrijving van het takrad een elektromotor van 40 pk.

Standplaats: aan de zuidzijde van het dorp. Coördinaten: 222,30#586,29.

Uit het archief

Een overzicht van documenten en afbeeldingen uit onze database:

AfbeeldingenDocumenten
Dubbeltik om de kaart actief te maken

Molengegevens

Adres: Schippersstraat 2a, Noordhorn
Functie: korenmolen, pelmolen
Type: achtkante stellingmolen
Bouwjaar: 1890
Ten Bruggencatenummer: 00430