Koren- en pelmolen De Meeuw

Koren- en pelmolen De Meeuw

Garnwerd

Het verhaal

Het dorp Garnwerd ligt aan het Reitdiep, op de grens van het Hogeland en het Westerkwartier. Al vóór 1628 kende het dorp Garnwerd een standerdmolen. Bij de instelling van de belasting op het gemaal in 1628 moest een aantal korenmolens in de provincie verdwijnen. Die van Garnwerd mocht aanvankelijk blijven bestaan, maar na protesten uit het in het Westerkwartier gelegen Opende moest de Garnwerder molen worden opgeofferd ten koste van de molen in Opende. In Garnwerd leidde dit weer tot protesten zodat in 1629 werd besloten de molen van het gehucht Englum te slopen zodat de molen van Garnwerd kon blijven bestaan. De provincie had de molenaar reeds uitgekocht, de Garnwerder bevolking kocht de molen echter terug en deze werd verplaatst naar de dijk van het toen net gekanaliseerde Reitdiep.

Na 1686 werd de molen vervangen door een achtkante molen, waarschijnlijk een grondzeiler. Toen deze molen in 1850 afbrandde werd de huidige stellingmolen gebouwd. Deze werd ingericht als koren- en pelmolen. De molen werd gebouwd voor molenaar W.H. Pathuis, die tevens bakker was, een combinatie die vaker voorkwam in de provincie Groningen. Bij de molen was aanvankelijk een veerpont over het Reitdiep. De familie Hammingh van het gelijknamige café op de dijk exploiteerde de pont. Toen in 1933 de brug gebouwd werd besloot Hammingh uit ongenoegen over het verlies van de inkomsten van de pont niet meer te investeren in zijn kroeg. De dorpsbewoners keerden Hammingh grotendeels de rug toe. Het authentieke karakter dat de kroeg behield zorgde er vele jaren later echter voor dat het een geliefde plek voor vele Groningers werd om naartoe te gaan, het kan dus raar lopen!

In 1929 kreeg de molen een gietijzeren as. Deze was afkomstig van een Zuid-Hollandse poldermolen en veel te groot voor de relatief kleine Garnwerder molen. Extra blokken in de askop moesten er voor zorgen dat de roeden op hun plek bleven. Nog altijd zit deze grote as in de molen. De molen werd in 1943 uitgebreid gerestaureerd en kreeg daarbij voor het eerst zelfzwichting, op een roede bovendien met het Dekkersysteem. Bij deze gelegenheid kreeg de molen ook de naam De Meeuw. In de jaren ’50 kwam de molen buiten bedrijf en raakte in ernstig verval. Een restauratie in 1967 keerde het tij nadat in 1961 de molen al was aangekocht door de gemeente Ezinge. Wel verdwenen zelfzwichting en het pelwerk bij deze restauratie. In 1978 werd de molen als korenmolen ook weer maalvaardig gemaakt. Molenstichting De Meeuw en Joeswert nam de molen in 1974 over,  begin jaren ’90 ging die stichting op in de Molenstichting Winsum, die nog steeds de molen in eigendom heeft. Na diverse herstelbeurten is de molen veelal in de weekenden op vrijwillige basis in bedrijf en trekt veel bezoekers die van het uitzicht op de stelling willen genieten. Wijlen Harm van Huis was in de jaren ’70 de eerste geslaagde vrijwillige molenaar die actief werd in de provincie. Later was Jakob Oosterhoff jarenlang de gedreven vrijwillig molenaar op molen De Meeuw. Elke zaterdag draaide hij op de molen en ontving daar bezoekers. In 2014 overleed hij.

Uit het archief

Een overzicht van documenten en afbeeldingen uit onze database:

AfbeeldingenDocumenten
Dubbeltik om de kaart actief te maken

Molengegevens

Adres: Hunzeweg 38, Garnwerd
Functie: korenmolen, pelmolen
Type: achtkante stellingmolen
Bouwjaar: 1851
Ten Bruggencatenummer: 06410
Koren- en pelmolen De Meeuw